Driekoningentaart of galette de roi - Luchtig bladerdeeg met een heerlijke amandelvulling. In dit recept leg ik uit hoe jij ook zo'n lekkere taart maakt.
Driekoningentaart of galette de roi
Luchtig bladerdeeg met amandelvulling.
Hoeveelheid: 3 kleine taartjes, 6 personen
Ingrediënten
  • 6 plakjes roomboter bladerdeeg
  • 50 gr roomboter
  • 70 gr suiker
  • 90 gr amandelmeel of gemalen blanke amandelen
  • 10 gr bloem
  • citroenrasp
  • 1 groot ei
  • enkele druppels amandel extract
  • poedersuiker
  • zout
Extra benodigdheden:
  • witte boon of muntje om in de vulling te verstoppen
  • N.B. zorg dat alle ingrediënten (met uitzondering van het bladerdeeg) op kamertemperatuur zijn
Aan de slag
  1. Breek het ei boven een kommetje en roer los.
  2. Klop de boter en de suiker met een mixer in enkele minuten tot een glad en luchtig beslag. Voeg dan een klein beetje ei toe aan het beslag. Wacht met het volgende beetje ei tot alles goed is opgenomen en het beslag weer glad is. Herhaal dit nog een paar keer. Bewaar een klein beetje ei zodat je straks de bovenkant van de taartjes dun kunt bestrijken.

    Tip: Het kan zijn dat je beslag ineens lijkt te schiften. Schrik niet, dit is helemaal niet erg en komt straks weer goed. Waarschijnlijk hadden niet alle ingrediënten dezelfde (kamer)temperatuur waardoor ze moeilijker mengen.

  3. Zet de mixer opzij en roer met een lepel de citroenrasp en de gezeefde bloem door het beslag. Roer daarna enkele druppels amandel extract en vervolgens het amandelmeel erdoor. Zet het amandelbeslag opzij.
  4. Ontdooi de plakjes bladerdeeg en steek/snij er cirkels van 11cm uit. Leg de bebloemde kant van de cirkels naar beneden. Verdeel het amandelbeslag over 3 van de 6 cirkels en smeer gelijkmatig uit. Hou daarbij 1 cm van de randen vrij. Leg de overgebleven cirkels met de bebloemde kant naar boven op de vulling. Druk de randen voorzichtig aan. Zet de taartjes minimaal 30 minuten in de koelkast om te rusten, op te stijven en goed koud te worden.

    Tip: Vergeet niet een boon of muntje in de vulling van één van de taartjes te verstoppen.

  5. Roer een snufje zout door het overgebleven ei en bestrijk de taartjes hiermee heel dun. Let erop dat het ei niet over de randen loopt.
  6. Versier de taartjes met een mooi patroon. Traditioneel worden de randen met de achterzijde van een mes half ingedrukt en bovenop wordt een rozet ingesneden met een scherp mes. In plaats van een rozet kan je de taart(jes) ook versieren met een mooi patroon van blaadjes. Let op dat je niet door het deeg heen snijdt maar slechts tot halverwege. Maak tot slot in het midden met de punt van je mes een gat zodat de stoom kan ontsnappen.

    Tip: Zo'n patroon ziet er niet alleen leuk uit maar geeft het bladerdeeg ook de kans te rijzen en uit te zetten op de snijranden. Zonder patroon zou het op willekeurige plaatsen scheuren.

  7. Bestuif de taartjes heel licht met poedersuiker en leg op een met bakpapier of teflonfolie beklede bakplaat. Plaats de bakplaat in het midden van een op 210°C hete lucht voorverwarmde oven. Zet na 10 minuten de temperatuur terug naar 180°C hete lucht en bak nog eens 10 minuten. Worden de taartjes te bruin? Zet de temperatuur dan gewoon nog ietsje lager.

  8. Laat de taartjes afkoelen op een rooster.

    Eet smakelijk!

Tips

Voor extra smaak voeg je een drupje bittere amandelextract toe aan de vulling.