Paasbonbons - Bonbons in de vorm van paaseieren. De witte is gevuld met hazelnootpraliné, de pure met kokos. Natuurlijk ook leuk in andere vormpjes.
Paasbonbons
Bonbons in de vorm van paaseieren. De witte is gevuld met hazelnootpraliné, de pure met kokos. Natuurlijk ook leuk in andere vormpjes.
Hoeveelheid: 24 stuks
Ingrediënten
  • 100 gr witte chocolade (AH biologisch)
  • 100 gr pure chocolade (Fin Carré Lidl)
  • 40 gr hazelnoten
  • 40 gr melkchocolade
  • 50 gr geraspte kokos
  • 30 ml kokosroom
  • 10-15 gr poedersuiker
Extra benodigdheden:
  • siliconen vorm voor 12 bonbons
  • Tip: Niet alle chocolade smelt even makkelijk en/of hard weer mooi uit na afloop.
  • Met bovengenoemde chocolade heb goede ervaring.
Aan de slag
Voor de hazelnootpraliné:
  1. Rooster de hazelnoten in een koekenpan tot ze lekker ruiken en voorzichtig beginnen te kleuren. Leg op een bord en laat afkoelen.
  2. Als de hazelnoten zijn afgekoeld maal je ze in het hakmolentje van de staafmixer fijn. Blijf net zo lang doorgaan tot het een zachte en bijna vloeibare hazelnootpasta is geworden, je hebt nu een soort hazelnoot-pindakaas. Ik laat het hakmes bij het malen niet continue draaien maar stop tussendoor steeds even en schep de massa van de randen naar beneden zodat alles netjes wordt gemalen. Als er tijdens het malen wat olie is vrijkomen moet je dat vooral niet afgieten want het bevat veel smaak, zorgt dat de hazelnootpraliné niet teveel uithardt en mengt straks prima met de chocolade.
  3. Smelt de melkchocolade en roer die door de hazelnootpasta. Doe de hazelnootpraliné in een schaaltje en zet opzij. Ik maakte de pasta een dag van tevoren en heb schaaltje op kamer temperatuur bewaart. De volgende dag was de pasta voldoende stevig geworden om in de bonbons te gebruiken. Wil je de pasta sneller laten opstijven zet het schaaltje dan even in de koelkast. Let wel op dat het niet te stevig wordt want dan moet je om de bonbons te kunnen vullen de pasta eerst weer iets zachter maken.
Voor de kokosvulling:
  1. Meng de kokos met de poedersuiker en kokosroom en schep even flink door.
Voor de bonbons:
  1. Breek de witte chocolade in blokjes en doe 50 gr in een schaaltje. Verwarm au bain-marie tot het alles goed gesmolten en mooi vloeibaar is.
  2. Haal het schaaltje met de chocolade van het pannetje met heet water en doe de overgebleven stukje chocolade erbij. Roer rustig door tot alles weer mooi glad is.
  3. Zet de vorm op een plastic ondergrond, bijvoorbeeld een groot dienblad of een plastic tafelkleed, en giet de chocolade voorzichtig in de vormpjes. Verdeel de chocolade door de vorm een beetje rond te draaien of gebruik een theelepeltje of siliconen bakkwast om de randen ook goed te bedekken. Om luchtbelletjes los te laten komen tril of schud je een beetje met de vorm. Laat enkele minuten staan zodat de randen kunnen stollen en giet de vormpjes leeg boven de kom met gesmolten chocolade. Hou de vorm ook even op z’n kop zodat de randen tijdens het uitlekken nog eens extra goed bedekt worden met chocolade. Strijk met een lineaal of pannenkoekmes over de vorm om de randen schoon en scherp te maken. Zet de vorm in de koelkast om uit te harden.
  4. Als de chocolade hard is vul je de vormpjes met de hazelnootpraliné. Maak de overgebleven chocolade weer vloeibaar en giet over de vormpjes. Strijk de bovenzijde weer strak en glad en zet weer in de koelkast om op te stijven.
  5. Wanneer de chocolade volledig is uitgehard, kan je de paasbonbons voorzichtig uit hun vormpjes drukken.
  6. Maak de vorm schoon en herhaal met de pure chocolade en de kokosvulling.
  7. Serveer de paasbonbons op een mooi schaaltje.

    Eet smakelijk!

Tips
  1. Plak twee bonbons met wat gesmolten chocolade op elkaar en je hebt gevulde chocolade eieren.
  2. Niet alle chocolade smelt even makkelijk en/of hard weer mooi uit na afloop. Met genoemde chocolade heb ik goede ervaringen.