Tarte Tropézienne

Tarte Tropézienne

 |  Geen reacties

Als Brigitte Bardot voor de promotie van de film Et Dieu… créa la femme (1956) Saint-Tropez bezoekt is dat voor banketbakker Alexandre Micka reden een nieuw soort gebak te bedenken. Het werd een zacht briochebroodje met een vleugje fleur d’oranger (oranjebloesemwater) en gevuld met een extra romige banketbakkersroom. De Tarte Tropézienne was geboren en bleek een grote hit. Hoewel het originele recept nog altijd een goed bewaard bedrijfsgeheim is kan je bijna overal aan de Côte d’Azur wel Tarte Tropézienne krijgen. De originele bakkerij bestaat nog steeds en is inmiddels een drukbezochte toeristische trekpleister.

Een vakantie aan de Franse Côte d’Azur is voor mij niet compleet als ik geen Tarte Tropézienne heb gegeten. Van kinds af aan ben ik er gek op en al heel lang zou ik ‘m graag eens zelf maken. Een paar maanden terug heb ik daarom maar eens een flesje fleur d’oranger gekocht en ben ik me gaan oriënteren op recepten. Na een aantal experimenten was ik tevreden over de brioche. Voor de vulling gebruik ik banketbakkersroom die ik losklop met een beetje zachte roomboter en door het geheel schep ik dan nog wat geklopte slagroom. Wat mij betreft een zeer geslaagde imitatie van het origineel.

Tarte Tropézienne, een Zuid-Franse klassieker waarvan het originele recept geheim is. Maar dit recept doet er zeker niet voor onder!

Ingrediënten

Voor de brioche

  • 200 gr patentbloem
  • 35 gr suiker
  • 80 ml halfvolle melk, lauwwarm
  • 1 eidooier
  • 60 gr roomboter, op kamertemperatuur en in kleine stukjes
  • 3 gr gedroogde gist
  • snuf zout
  • ½ theelepel fleur d’oranger (oranjebloesemwater)
  • 1 ei, losgeklopt
  • 25 gr greinsuiker

Voor de vulling

  • 2 eidooiers
  • 250 ml melk
  • 1/2 vanillestokje
  • 35 gr suiker
  • 30 gr maïzena
  • 100 ml slagroom + een beetje suiker
  • 10 gr roomboter, op kamertemperatuur
  • 1 theelepel poedersuiker
  • water en suiker naar smaak

Aan de slag

Voor de brioche:
Doe de bloem, suiker en een snuf zout in een kom en meng goed. Voeg dan de gist toe, meng goed en schep er de stukjes boter voorzichtig door. Voeg dan de eidooier, melk en fleur d’oranger toe en kneed met de deeghaken van je mixer tot een zacht en soepel deeg. Bestuif een schaal met een beetje bloem, leg het deeg erin en dek af met plasticfolie. Laat het deeg op het aanrecht gedurende een uur rijzen.

Na een uur haal je het deeg uit de schaal en kneed je het op het werkblad snel even door. Neem dan het deeg in je handen en rek dan het deeg voorzichtig op door het als een stukje kauwgom uit elkaar te trekken -let op dat het niet scheurt-, vouw het dubbel en draai het deeg een kwartslag en herhaal dit een aantal keer. Je voelt dat het deeg steeds meer weerstand krijgt en dat is ook precies de bedoeling. Leg het deeg terug in de schaal en laat nog eens een uur rijzen.

Bestuif een bakblik met wat bloem en leg het deeg erop. Druk het deeg voorzichtig uit tot een plak van ø 22 cm. Dek af met een theedoek en laat nog eens 45-60 minuten rijzen.

Bestrijk de deegplak met losgeklopt ei en bestrooi met de greinsuiker. Schuif de bakplaat in het midden van een op 180°C conventioneel voorverwarmde oven en bak in ± 20 minuten gaar en goudbruin. Haal de brioche uit de oven en laat afkoelen op een taartrooster.

Voor de vulling:
Snij het vanillestokje middendoor, schraap het merg eruit en doe merg èn stokje samen met de melk in een pannetje. Breng aan de kook en laat ongeveer 20 minuten zachtjes trekken.

Klop de dooiers samen met de suiker los en roer de (gezeefde) maïzena er voorzichtig door. Zorg dat er geen klontjes inzitten.

Haal het vanillestokje uit de melk en giet de hete melk al roerend en beetje bij beetje bij de eidooiers. Blijf goed roeren om te voorkomen dat de eidooiers stollen.

Giet het eimengsel terug in de pan en verwarm al roerend tot een dikke vla. Dit duurt een paar minuten.

Haal de banketbakkersroom van het vuur en giet in een schaal. Om te voorkomen dat er tijdens het afkoelen een vel ontstaat dek je de room strak af met een stuk plasticfolie. Laat de banketbakkersroom volledig afkoelen.

Roer met een vork de poedersuiker en roomboter tot een mooie gladde crème.

Als de banketbakkersroom volledig is afgekoeld stort je ‘m in een kom en mix je de massa -op lage stand- luchtig met je mixer. Schep de roomboter erbij en blijf kloppen tot alles netjes is gemengd en je een luchtige crème hebt.

Klop de slagroom samen met de suiker net aan stijf en schep door de banketbakkersroom.

Kook wat water met suiker tot een licht zoete siroop en laat afkoelen.

Voor de opbouw:
Snij de brioche horizontaal doormidden en besprenkel beide snijvlakken met wat van de licht zoete siroop.

Verdeel de vulling over de onderste helft, plaats de bovenste helft terug en druk iets aan.

Leg de tarte Tropézienne op een bord en laat in de koelkast nog even opstijven. Snij voor het serveren in punten.

Eet smakelijk!

Tip: Voor extra smaak kan je aan de licht zoete siroop een drupje sinaasappellikeur of oranjebloesemwater toevoegen.

Geef een reactie

Close
Vul je gegevens in en ontvang
elke vrijdag GRATIS:

..

Inschrijven nieuwsbrief